Home > Uncategorized > FEM 10-05 Politiebedrijf werkt niet – Minder glans voor CPB – Wouter Schroder

FEM 10-05 Politiebedrijf werkt niet – Minder glans voor CPB – Wouter Schroder

Centraal Planbureau raakt glans kwijt

Direkteur Henk Don van het Centraal Planbureau (CPB) krijgt regelmatig kritiek op de berekeningen van zijn bureau, maar meestal komt die uit de universitaire wereld. Zo vond Prof. Eyffinger van de Universiteit van Tilburg dat de voorspelling van het CPB voor de economische groei in 2006 met 2 ½ procent wel erg optimistisch was, en misschien ingegeven door politieke druk.

Zulke kritiek glijdt langs Don heen, om de logische reden dat we pas vér in 2007 weten wie er uiteindelijk gelijk krijgt. En dan zijn er altijd genoeg excuses achteraf. Het CPB hoeft in 2007 alleen maar één of twee onverwachte tegenvallers te noemen in politiek of economie om te “verklaren” dat de uitkomst lager was dan de voorspelling.

Veel gevaarlijker en doeltreffender is de kritiek die het CPB deze weken heeft gekregen van de Minister-President. In de Tweede Kamer heeft premier Balkenende tot twee keer toe uitgelegd hoe gemakkelijk het is voor politici om de berekeningen te beinvloeden. Letterlijk zei hij: “Wat je er uit krijgt is afhankelijk van wat je er in stopt”, en hij noemde het manipuleren van het rekenmodel “heel makkelijk”.

Misschien heeft de premier het zich niet gerealiseerd, maar zulke opmerkingen schieten een groot gat onder de waterlijn in de geloofwaardigheid van het CPB. Balkenende verwijst met name naar Kamerlid Vendrik van GroenLinks die ook dit jaar weer kans zag om met een economisch program te komen dat beter scoort dan het kabinet. Bij de laatste drie verkiezingen voor de Tweede Kamer was GroenLinks al iedere keer kampioen met voorstellen die over een kabinetsperiode gunstiger uitwerken dan de plannen van de regeringspartijen. Denk niet dat GroenLinks die uitkomsten gemakkelijk cadeau krijgt door te rekenen met gunstige uitgangspunten voor de wereldhandel, de dollar, de olieprijs en andere internationale variabelen. Die zijn in alle berekeningen gelijk. De winst van GroenLinks kan dus logisch alleen ontstaan, hetzij omdat GroenLinks een superieure economische strategie heeft, hetzij omdat Vendrik gebruik maakt van verschillen tussen het rekenmodel en de realiteit. De eerste mogelijkheid houdt in dat we beter op GroenLinks kunnen stemmen; de tweede is dodelijk voor het CPB, en dat is waar Balkenende voor kiest.

Toekomstige belastingen spelen geen enkele rol in de berekeningen en daar maakt Vendrik van GroenLinks handig gebruik van. Ook kan GroenLinks makkelijk bezuinigen op het wegennet, want de schade van de files ontbreekt in de berekeningen. Een partij als de VVD met interessse in lagere belastingen en bredere wegen is daarmee structureel in het nadeel. Het debat in de Kamer wordt een karikatuur van de werkelijkheid, ook omdat er behalve de toekomstige belastingdruk en het wegennet nog zo veel andere belangrijke maatregelen zijn waar het rekenmodel blind voor is. Ik noem de macht van de woningcorporaties in de grote steden, concurrentie tussen universiteiten en hogescholen, en meer accountability in de ziekenhuizen als drie voorbeelden van grote blinde vlekken bij de berekeningen van het CPB.

Ik was er bij toen Don in 2002 aan de ministers in de Raad voor Economische Aangelegenheden beloofde om “nog eens goed naar dat cijfer voor het financieringstekort te kijken”, omdat minister Hoogervorst van Financien graag een ander getal zag. Hoogervorst werd twee weken later op zijn wenken bediend door een kleine maar significante aanpassing in het voorspelde tekort voor 2003. Een pikante anecdote, maar veel minder ernstig dan het feit dat het rekenmodel al zo veel jaar ongeschikt is om kosten en baten van beleid goed weer te geven. Balkenende heeft dat nu expliciet toegegeven – misschien is het een aanmoediging aan alle politici om op Prinsjesdag wat meer moed te tonen en minder de oren te laten hangen naar de verouderde en gebrekkige berekeningen van Henk Don.

Disfunctionele Politie-Organisatie

Als kind hoefde ik maar hard genoeg door te trappen op mijn fiets zonder achterlicht om te ontsnappen aan de achtervolgende agent. Wij woonden aan de grens van Leiden en Oegstgeest en een diender uit Leiden kon niet bekeuren aan de overzijde van de Warmonderweg, want voor Oegstgeest was de rijkspolitie verantwoordelijk. Samenwerken ging stroef want de gemeentepolitie viel onder het minsterie van Binnenlandse Zaken maar de Rijkspolitie was een dienst van het ministerie van Justitie.

Die fouten in de organisatie werden gerepareerd met de overgang op 25 politieregio’s in 1993. De prijs van de reorganisatie was hoog: een belofte aan de vakbonden dat geen enkele politieman hoefde te verhuizen, en een extra laag management voor de regio’s en de districten. Verspild geld, want nu blijkt het systeem van regio’s ook al niet te werken. De regering wil naar een landelijke politie met één centraal aangestuurd politiekorps voor heel Nederland.

Het bedrijfsleven hanteert één fundamenteel principe bij het ontwerpen van organisaties: harmonie tussen de drie bouwstenen. Ten eerste de toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Ten tweede het meten van de prestaties. Ten slotte het belonen van de medewerkers. Als die drie bouwstenen logisch bij elkaar passen en zijn afgestemd op de eisen van de markt, dan is de organisatie functioneel.

Nederland lijdt al heel lang onder een disfunctionele architectuur bij de politie. Vóór 1993 door versnippering en competentie-problemen van twee ministeries; meer recent door gebrek aan afstemming tussen de drie organisatorische bouwstenen. Een vergadering van burgemeesters vormt in iedere regio een soort Raad van Bestuur, maar heeft niets te vertellen over de honorering van de agenten en al evenmin over de produktie van de informatie. Waarom zouden de agenten zich laten opjagen door ondeskundige burgemeesters, wanneer hun vakbonden alleen in Den Haag kunnen onderhandelen over de salarissen en de werktijden?

In een hard rapport over de politie schrijft de Algemene Rekenkamer dat het meten van de prestaties “geen algemeen draagvlak” heeft bij de korpsen (Lees: bij de vakbonden die dan moeten uitleggen waarom in Nederland 45-50 procent van het personeel bezig is met interne taken). Benchmarking bij de Nederlandse politie is onmogelijk volgens de Rekenkamer, want de regio’s houden zich niet aan afspraken over het aanleveren van uniforme gegevens. Typerend voor de politie is dat de informatie het liefst wordt gegeven via de “Politie-monitor” die noteert of burgers zich veiliger of minder veilig voelen dan vorig jaar. Dat is een vorm van informatie die zich niet laat vertalen in de efficiency van het politie-bedrijf – maar dat willen de korpsen ook liever niet.

De overgang naar een nationale politie lost één probleem op: de ministers zijn dan voortaan verantwoordelijk voor zowel de strategie als voor de beloning van de politiemensen. Maar een nationaal monopolie staat niet onder druk om regionale cijfers te publiceren die buitenstaanders kunnen gebruiken om de prestaties te vergelijken. Het weekblad “Elsevier” doet meer om de prestaties van politie (en ziekenhuizen) te vergelijken dan alle beleidsmedewerkers bij de ministeries bij elkaar – en het lijkt er niet op dat de ambtenaren en de politici zich daar erg voor schamen.

Het parlement zou moeten eisen dat er een goed systeem komt voor het meten en publiceren van regionale en stedelijke cijfers over de politie – niet zachte gegevens over subjectieve beleving van onveiligheid maar harde cijfers over pakkans en produktie per medewerker. Zonder nauwkeurige afspraken over het meten van de prestaties is de aanstaande reorganisatie van de politie niet meer dan een teken van politiek falen om de drie bouwstenen van de organisatie logisch op elkaar te laten aansluiten.

Wouter Schröder

PvdA-leider Wouter Bos is weer een stap dichter bij de macht; met een toespraak in de Tweede Kamer die zorgvuldig was afgestemd op de trend in de opiniepeilingen. Tactisch viel er weinig op aan te merken, maar jammer genoeg is de oppositie van de PvdA, hoe uitgekiend ook, niet behulpzaam om de Nederlandse economie weer sterker te maken. Dat komt omdat Wouter Bos de PvdA dichter naar de thema’s van de SP moet manoeuvreren.

De SP is in de peilingen bijna even groot als de VVD en zelfs CDA-kiezers komen onder de bekoring van ex-Maoist Marijnissen: als CDA-kiezers uit 2003 wordt gevraagd welke partij behalve het CDA ook wel kans maakt op hun stem in 2007, komt de SP sinds kort op de eerste plaats. Als de PvdA-kiezers uit 2003 een voorkeur noemen voor een kabinet in 2007, kiest slechts 8%voor PvdA-CDA en 61% voor een links kabinet met SP-ministers.

Als U nadenkt over deze opvallende cijfers, komt U tot dezelfde tactiek als Wouter Bos. De PvdA wil in 2007 regeren, maar niet met Groen Links en de SP. Dat zijn protestpartijen die buiten de deur van de Treveszaal moeten blijven. Bos moetl premier worden van een PvdA-CDA coalitie en moet dus niet te veel programmapunten binnen boord halen die hij straks weer tijdens de formatie van 2007 als onbruikbare ballast moet dumpen. Luid protest is prima, en hoe dichter bij de golflengte van Marijnissen des te beter, maar concrete alternatieven maken het leven straks gecompliceerder.

Hoofdthema van Wouter Bos is daarom de trend in de inkomens: veel kiezers gaan er op achteruit en de ongelijkheid in de inkomens neemt toe. Maximale aandacht voor de koopkracht van de kiezers gaat bij Bos nu ten koste van bij voorbeeld het milieu dat niet één keer wordt genoemd. De PvdA-leider heeft de meeste spreektijd van alle kamerleden, maar er kan geen woord af over het broeikaseffekt of over fijn stof in de lucht. Opnieuw heeft Bos goed gekeken naar de peilingen, want GroenLinks stagneert terwijl de SP al maar méér Nederlandse kiezers aanspreekt. De twee grote onderwerpen van Marijnissen – de regering heeft geen vertrouwen en de inkomens gaan achteruit – zijn precies ook de twee grote onderwerpen van Wouter Bos.

In de gezondheidszorg, bij voorbeeld, zou de PvdA moeten ageren tegen de regionale concentraties van al maar grotere instellingen en al maar meer bureaucratie. Concurrentie, vooral van kleine centra, houdt aanbieders scherp en is goed voor de kwaliteit en de klantvriendelijkheid. In plaats daarvan accepteert Bos de mammoetorganisaties in de zorg en beweert hij demagogisch dat zieke mensen niet zijn geinteresseerd in keuze. Terwij de Britse Labour partij eindelijk vorderingen maakt met het meten van prestaties in de zorgsector, horen we de PvdA bijna uitsluitend over de details van de zorgtoeslag, want dat is inkomenspolitiek.

In het voortgezet onderwijs scoort Nederland internationaal een lage 22e plaats, omdat bij ons heel veel kinderen van school verdwijnen zonder diploma. Wouter Bos noemt het probleem, maar doet bij de Algemene Beschouwingen geen enkele suggestie voor een verbetering. Maar opnieuw geldt dat als de PvdA nu niet concreet voorstelt om scholen meer eigen budget te geven, meer vrijheid bij het personeelsbeleid en veel meer geld om in de school de naschoolse activiteiten rijker te maken, het er in 2007 niet van zal komen.

Grotestedenbeleid, wegenbouw, ziektegeld, arbeidsmarkt – nergens komt Wouter Bos met een moedig voorstel, want hij heeft alle spreektijd nodig om het kabinet aan te vallen over de ontwikkeling in de inkomens. Bos gaat dezelfde fout maken als Gerhard Schröder in Duitsland zeven jaar geleden tijdens de nadagen van Kanselier Kohl: wie geen radikale voorstellen doet vauit de oppositie, heeft straks wél de macht, maar geen mandaat.

Advertisements
Categories: Uncategorized
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: