Home > Uncategorized > FEM 4-06 Uitdaging voor VVD – Geld voor Randstad – Italie en Euro

FEM 4-06 Uitdaging voor VVD – Geld voor Randstad – Italie en Euro

Uitdaging voor de VVD

Tijdens het kabinet Lubbers-3 introduceerde minister Bert de Vries van Sociale Zaken (CDA) een dure maar snellere route om ontslag mogelijk te maken: de gang naar de kantonrechter. In Kok-1 zag minister Melkert (PvdA) kans om de uitzendbureaus meer ruimte te bieden. Dat waren de twee belangrijkste redenen waarom de arbeidsmarkt in Nederland voor buitenlandse bedrijven hoog scoorde in vergelijking met Duitsland en Frankrijk.

Nu weten we dat het succes van de Nederlandse economie tot 2001 ook had te maken met twee geheel andere factoren: de enorme toename in de werkgelegenheid van vrouwen, en de gunstige effecten op de consumptie van stijgende prijzen op de huizenmarkt en op de beurs. Sinds 2001 zijn die twee drijvende krachten weggevallen, en kijk hoe de Nederlandse economie sindsdien heeft gepresteerd. In andere landen krijgen uitzendbureaus nu ook meer ruimte (Duitsland, Spanje), en Estland, Slowakije en andere nieuwe toetreders tot de EU hebben veel lagere belastingen, lagere loonkosten en nog een “ouderwetse” arbeidsmoraal. Nederland moet daarom dringend een nieuwe slag maken om de arbeidsmarkt te verbeteren.

Tot zover verdient het kabinet Balkenende-2 lof noch kritiek. De krachtige rugwind ging liggen voordat het kabinet aantrad, maar grote fouten zoals lang geleden tijdens de kabinetten Den Uyl en Van Agt zijn er ook niet gemaakt. Spijt is meer op z’n plaats over de slappe houding van één regeringspartij, de VVD. Onder leiding van Frits Bolkestein en Gerrit Zalm is de VVD nu al twaalf jaar aan de macht, maar grote veranderingen blijven uit.

Ben Verwaayen schrijft nu op uitnodiging het nieuwe verkiezingsprogramma voor de VVD. Hier volgt een sociaal-economisch idee voor een liberale partij dat kan helpen tegen de werkloosheid. De Engelse-Duitse econoom Prof. Dennis Snower heeft zijn in academische kring al eerder bekende plan vorige week in Duitsland gepubliceerd, en het verdient ook in Nederland alle aandacht. Kern is: combineer de AOW en de werkloosheidsverzekering in één nationaal fonds en geef burgers het recht om daaruit te putten bij werkloosheid of andere ernstige tegenslag. Verplicht werkgevers tot een extra storting bij ontslag, maar laat wernemers de vrijheid om geld op te nemen of om het te laten staan tot hun pensioen.

De schoonheid van Snower’s plan zit er in dat werknemers veel meer haast zullen hebben om weer een baan aan te nemen, omdat ze dan minder uit hun eigen spaarpot hoeven op te nemen. De vakbeweging zal opmerken dat wie veel en lang werkloos is, dan een schrale AOW-pot overhoudt. Maar dat geldt ook (of zou moeten gelden!) voor iedereen die zich pas op latere leeftijd in Nederland vestigt, en voor emigranten zoals Uw columnist die besloot om zeven jaar in het buitenland te werken en straks dus een lagere AOW krijgt. De AOW hangt in Nederland dus nu al af van het arbeidsverleden.

Snower’s plan is ook aantrekkelijk omdat het nu eens niet probeert – zoals in Frankrijk en Duitsland – om de werkloosheid eenzijdig aan te pakken ten koste van de zwakkeren op de arbeidsmarkt. In Frankrijk zitten de oudere werknemers bij de overheid gebeiteld met riante pensioenen en een veilige baan; jongeren moeten vechten om hun eerste funktie. In Duitsland ontstaat een duidelijke tweedeling op de arbeidsmarkt met miljoenen werknemers in tijdelijke, gesubsidieerde banen. Ook in Nederland is er een groot verschil tussen jongeren op tijdelijke contracten en oudere werknemers bij de (semi)overheid.

Het voorstel van Snower past perfect bij de VVD: eigen verantwoordelijkheid en slimmere prikkels voor het individu, zonder dat er bot wordt bezuinigd. Ik hoop dat Ben Verwaayen tijd heeft om de details te lezen op de website van Snower’s Institut fuer Weltwirtschaft in Kiel en dat ze opduiken in zijn program voor de VVD.

Geld voor de Randstad

Eindelijk lijkt het kabinet bereid tot een definitief “neen” tegen dure plannen voor een snelle trein van Amsterdam naar Groningen. Het doek valt na een onbevredigende discussie, en dat schrijf ik niet om de plannen alsnog te redden uit de prullenbak van de politiek, maar omdat het nodig blijft om problemen van de Nederlandse Randstad op een andere manier het hoofd te bieden.

“Problemen met de Randstad”? U leest goed – de snelle trein naar Groningen viel nooit te verdedigen als een zinvol recept voor Groningen, maar was interessant voor Amsterdam en de rest van de noordelijke Randstad. In Groningen is de werkloosheid wel hoog, maar een hoog percentage van een kleine bevolking is nog steeds een klein getal. Het echte probleem is dat wonen en werken in de Randstad heeft geleid tot lange files, tekortschietend openbaar vervoer en kleine woningen op peperdure grond. In Frankrijk laten de cijfers zien dat snelle treinen het totale woongenot van de bevolking vergroten, omdat sommige gezinnen kunnen kiezen voor een royaal huis op afstand van de grote stad. Huizenprijzen en economische ontwikkeling zijn significant gunstiger in departementen met een halte van een TGV, en die is dus het geld waard, niet vanwege de schaarse oorspronkelijke bewoners van de landelijke regio, maar om nieuwe mogelijkheden te bieden voor koopkrachtige vraag vanuit Parijs of Lyon.

Een rekenvoorbeeld laat zien hoe groot de belangen kunnen zijn: Als een nieuwbouwwijk bij Almere of Lelystad een snelle verbinding heeft met Amsterdam, zou dat dan niet de prijs van een royaal nieuwbouwhuis met 100.000 Euro kunnen verhogen? Op een kavel van 600 meter grond, is 100.000 Euro niet meer dan een stijging van de grondprijs van 5 Euro per vierkante meter landbouwgrond naar 200 Euro per vierkante meter grond voor woningbouw. Veel aspirant-villabewoners zouden blij verrast zijn met zo’n gunstige grondprijs. Twintigduizend zulke huizen leveren dan een extra grondwaarde op van twee miljard Euro. Bijna de helft van het nieuwe spoor is dan al gefinancierd.

Het Centraal Planbureau heeft steeds geweigerd om de snelle trein te zien in combinatie met nieuwbouw voor overloop uit de Randstad. Het CPB merkte alleen (terecht) op dat er niet genoeg potentiele passagiers in Groningen wonen om de trein rendabel te maken. Waarom was het gemeentebestuur van Almere dan niet aktiever in de lobby voor een mooie trein? Antwoord: de lokale politici zetten liever in op een tweede snelweg tussen Almere en Amsterdam die misschien een dure tunnel onder het Ijsselmeer gaat vereisen. En Almere heeft al een trein naar Amsterdam. Liever maakte Almere daarom plannen voor luxe watervilla’s in het Ijsselmeer aan de dure westkant van Almere om maar extra argumenten te hebben voor een tweede weg. Voor milieu en woningmarkt was een groot plan ten oosten van Almere logischer, maar dan had Almere moeten kiezen voor een nieuwe spoorbaan.

Zonder steun van Almere was de snelle trein een verloren zaak. En dus blijft de Randstad op de laatste plaats van de elf metropolen in West-Europa voor wat betreft het aantal kilometers spoor per miljoen inwoners. Het gemiddelde van Londen, Parijs, Hamburg, Stockholm en al die andere grote steden is 215 km spoor per miljoen mensen; de Randstad haalt nog geen 100 km spoor. Dat cijfer alleen al laat zien dat de nieuwe verbinding echt niet onzinnig was in een internationale context, maar het heeft niet zo mogen zijn. Het CPB maakte een analytische fout en het gemeentebestuur van Almere wilde niet kiezen voor een projekt dat ten onrechte op de agenda stond als liefdadigheid voor Groningen. Slecht nieuws voor aspirant-kopers van een vrijstaand huis; gevaarlijk nieuws voor wat nog over is van het Groene Hart.

Italie en de Euro

Aan het eind van het jaar is de korte rente in de Euro-zone misschien een vol procent hoger. De Euro wordt sterker als de Europese rente klimt naar het niveau van Amerika, en een koers van $ 1.30 per euro is goed mogelijk.

Alle elf Eurolanden moeten dit gemeenschappelijke lot gewillig ondergaan, want de ECB is onafhankelijk in haar beslissingen over de rente en markt bepaalt de wisselkoers. Voor de meeste Eurolanden zijn een stijgende rente en een duurdere valuta in niet zo’n groot probleem – in England, Ierland en Spanje is een stijgende rente zelfs welkom als remedie tegen oververhitting op de huizenmarkt. Maar in de zwakke Eurolanden worden rente en wisselkoers later dit jaar de makkelijke zondebok voor politici die verantwoordelijkheid willen afschuiven voor hoge werkloosheid en zwakke groei. Portugal is zo’n land met een nog lagere economische groei in de afgelopen jaren dan Nederland, maar Portugal is klein en dus horen we daar niet veel over. Italie is een van de vier grote landen in de Euro-zone, en daar is het lidmaatschap van de Euro-zone al onderwerp van discussie.

Tien jaar geleden waarschuwde Frits Bolkestein als politiek leider van de VVD al tegen participatie van Italie in de Euro. In die tijd kon iedere hoogleraar monetaire economie een mooie zakcent bijverdienen met lezingen over “Wat betekent de Euro voor U?” en ik herinner mij heel wat discussieavonden voor klanten van banken en beleggers. De eerste vraag was steevast: “Lopen onze pensioenen gevaar wanneer Italie lid wordt van de Euro?” En daarna: “Staan wij dan garant voor die enorme Italiaanse staatsschuld?”

Nog steeds denk ik dat het juiste antwoord is “nee, en nogmaals nee”. Bolkestein heeft nooit kunnen aangeven hoe precies een fianciele crisis in Italie een groot gevaar zou inhouden voor de overige Eurolanden. Hier volgt mijn schatting van het volgende bedrijf in dit financiele drama. De Italiaanse lonen zijn de afgelopen jaren sneller gestegen dan in Nederland en Duitsland – en daardoor was de economische groei iets minder slecht dan bij ons of in de Bondsrepubliek – maar nu heeft die hogere loonstijging gezorgd voor een ernstige deuk in de concurrentiepositie. Als de Euro dit jaar sterker wordt, krijgt de Italiaanse industrie het nog moeilijker. Italie kan in het ECB-bestuur protesteren, maar de collega-bankiers zullen uitleggen dat Italie de problemen in eigen land moet oplossen. De ervaring daarmee in Nederland leerde dat de regering drie jaar moest preken over loonmatiging, voordat het er echt van kwam. Er zal dus in Italie geen onmiddellijke verbetering optreden, meer industriebedrijven zullen failliet gaan, en de belastingontvangsten nemen af.

In het pessimistische scenario stijgt dan risicopremie op Italiaanse schuld en gaat de ECB signalen afgeven dat er een moment komt dat de bank niet langer blind kan zijn voor verschillen in kwaliteit tussen Italiaanse schuld en schuldpapier van andere Euro-deelnemers. Op dit moment beschouwt de ECB schuld van alle Eurolanden nog als perfecte substituten maar dat kan eeuwig niet zo blijven.

Op dat moment gaan de markten speculeren over de volgende stap, en dat zal geen prettig gezicht zijn: meer volatiliteit in de risicopremie op Italiaanse schuld en dalende koersen van Italiaanse banken en verzekeraars als houders van Italiaanse schuld. Dan geldt: “All bets are off” , maar nog steeds is er geen risico voor de andere Eurolanden. Geen risico voor de Nederlandse pensioenen; geen enkel gevaar dat Italiaanse schuld wordt overgenomen door tien andere landen, maar een urgent probleem voor Italie zonder een makkelijke oplossing. Italie wilde tien jaar geleden de voordelen van de lage Duitse rente voor de binnenlandse economie. De prijs voor die lage rente was het inleveren van beslissingsmacht over de wisselkoers, en die prijs wordt nu betaald.

Advertisements
Categories: Uncategorized
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: