Home > Uncategorized > FEM 10-04 Loonmatiging? – Zalm vs Thatcher- Vijf magere jaren

FEM 10-04 Loonmatiging? – Zalm vs Thatcher- Vijf magere jaren

Meer dan één route uit de recessie

De Begroting van Prinsjesdag leverde Nederland een artikel op in de Wall Street Journal. Gezien door de bril van een internationale zakenkrant ziet Nederland er toch weer anders uit dan in de vertrouwde visie van het kabinet en de Nederlandse media. Eén verschil valt onmiddellijk op: terwijl minister Brinkhorst vorige week vooral sprak over de noodzaak van loonmatiging, komt die term in de Wall Street Journal niet voor. De krant benadrukt vooral dat in Nederland de meeste werknemers part-time werken, en dat slechts één op de vijf werkende Nederlanders de volle 40 uur per week volmaakt.

Wat is kansrijker: loonmatiging of langer werken? Volgens de nieuwste berekening van het Centraal Planbureau (CPB) is loonmatiging nog steeds het juiste recept. Langer werken is zelfs slecht voor de economie volgens het rekenmodel, want als 20 mannen een werk kunnen doen in 38 uur, dan kunnen 19 mannen datzelfde werk verrichten in 40 uur en komt er dus één werkloze bij.

Onzin, maar wel consistente onzin. Een kortere werkweek is al lang succesvol in de rekenmodellen van het CPB. Bij de verkiezingen van 1998 bij voorbeeld stelde Groen Links voor om alle ambtenaren nog maar vier dagen te laten werken en bedrijven een boete te geven voor iedere traditionele werknemer die van Maandag tot en met Vrijdag op het werk komt. Het CPB beloonde dit voorstel met de eerste prijs bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s.

Hier wreekt zich het tot één land beperkte denkraam van het rekenmodel bij het CPB. De Wall Street Journal doet het anders en vraagt aandacht voor punten waar Nederland ernstig afwijkt van andere landen. Dat is o.a. de korte gemiddelde werkweek, en het kabinet zou daar iets aan kunnen doen door alle scholen per omgaande te dwingen tot een slimmer rooster met activiteiten tussen de middag en na schooltijd. 30 procent van de kinderen blijft over – als dat percentage stijgt en scholieren ook na schooltijd kunnen blijven, gaan de papa’s en mama’s meer uren werken. Een ruimer arbeidsaanbod zet neerwaartse druk op de lonen en dan komt de zogenaamde loonmatiging er langs natuurlijke weg.

Tot 1999 was de ontwikkeling van de kosten in Nederland geen probleem. Pas in dat jaar en in 2000 leidt de hausse op de huizenmarkt tot een gevaarlijke consumptiegolf. Nederlanders leenden toen per dag 100 miljoen Euro extra met als onderpand hun in waarde gestegen huis. En dan komt op 1 januari 2001 daar bovenop nog de verlaging van de inkomstenbelasting en een stijging van 11 procent in het nominaal besteedbare inkomen van de modale Nederlander. Tel het bij elkaar op, en Nederland is tussen 1999 en 2003 ongeveer 7 procent duurder en dus minder concurrerend geworden ten opzichte van de Euro-partners. De regering wil die handicap wegwerken met loonmatiging, maar dat drukt de consumptie en leidt zo tot nog meer werkloosheid. Daarom is het effectiever om de loonmatiging over te laten aan het gezond verstand van werkgevers en werknemers en politiek kapitaal in te zetten om de werking van de economie te verbeteren. Als Nederland meer kwaliteit kan bieden, is loonmatiging niet eens nodig.

De harde lijn van het kabinet tegen de vakbeweging lijkt stoer maar is politiek gemakzuchtiger dan het alternatief van echte hervormingen in de schooltijden, beter toezicht op de politie, snelle verkoop van huizen door de woningcorporaties en privatisering van de ziekenhuizen. Zulke maatregelen helpen de hele samenleving, niet alleen de exporterende industrie die als enige een belang heeft bij loonmatiging. Als de industrie op grote schaal marktaandeel in het buitenland had verloren tussen 1999 en 2002, dan was er nog wel een argument om met lagere kosten die markt snel terug te winnen, maar dat is niet het geval. De Nederlandse export van goederen bleef ook in die jaren vrijwel in lijn met het Europese gemiddelde, en dus is het probleem vooral dat de Nederlandse samenleving als geheel niet de kwaliteit kan bieden die past bij de zeven procent te hoge lonen.

In Nederland zijn scholen autonoom, is de politiebond machtig en beheersen woningcorporaties de markt in de grote steden. Het kabinet laat dat maar zo, en preekt over loonmatiging. Het is een bekrompen recept, ondersteund door de simpele berekeningen van het CPB, maar in strijd met het gezond verstand dat liever zou opmerken: waar wijkt Nederland ongunstig af en wat is daar snel aan te doen?

Zalm is geen Thatcher

De interviewer in “Buitenhof” vroeg wat ik vond van alle acties tegen het kabinet. “Dat er zo weinig mensen aan de andere kant van de streep staan. Tijdens de vorige recessie, in 1982 en 1983, waren de vakbeweging en de PvdA ook boos, maar tegelijk waren er grote groepen die juist wél steun gaven aan de bezuinigingen en andere acties van het kabinet Lubbers-I. De werkgevers stonden duidelijk achter het kabinet, een goed aantal universitaire economen en een deel van de media. Wat mij nu vooral opvalt – en dat is een heel slecht teken voor de toekomst – is dat er zo weinig supporters zijn voor Balkenende en Zalm.”

Ik ben geen aanhanger van de VVD, maar als ik me toch ongevraagd probeer te verplaatsen in de hun positie, dan zou dit mijn analyse zijn. 2004 is het vierde jaar met een te lage economische groei en 2005 wordt het vijfde. Misschien dat in 2006 eindelijk de groei weer aantrekt tot het normale niveau van 2 ½ procent, maar zelfs dan is het de vraag of de werkloosheid nog duidelijk daalt op tijd vóór de verkiezingen, die uiterlijk plaats vinden in januari 2007. Zalm en de VVD krijgen zeker de schuld van de werkloosheid want het CDA zal na die verkiezingen verder willen (moeten?) met de PvdA. Dan is het fraaier om strijdend ten onder te gaan, met een visie die rijker is dan het huidige aanbod. Hoe kunnen de hoofdartikels van NRCHandelsblad oproepen voor de VVD in 2007, wanneer de balans van vier jaar regeren luidt: “Zalm was vergeefs voor loonmatiging en Bolkestein waarschuwde vergeefs tegen Turkije”?

Er is nog tijd: De VVD zou kunnen kiezen voor een radikaal program, zoals destijds de Engelse Conservatieven onder Margaret Thatcher. Dat wil zeggen: vrije loonvorming, dus geen AVV, minder dan 100 procent loondoorbetaling in het eerste ziektejaar, snelle verkoop van corporatiewoningen, hogere collegegelden in combinatie met een academici-belasting, en meer wegenbouw. Natuurlijk zijn de vakbeweging, de PvdA en Groen Links daar ook tegen, maar dan gaat de verkiezing ten minste ergens over. De VVD zou in binnen- en buitenland respect winnen voor een samenhangend program dat nu nog radikaal klinkt, maar straks misschien heel normaal wordt. Ik heb immers niets genoemd wat niet al in veel landen doodgewoon is. Sterker nog: op alle punten wijkt Nederland op dit moment af van de norm in de best presterende buitenlanden.

Zalm’s beleid heeft nu nog als schraal hoofdgerecht het goedkoper maken van Nederland door loonmatiging. Als een groot deel van Nederland daar instemmend achter stond, kon Zalm zich gesteund voelen in zijn kritiek op de vakbeweging. Maar in het vinden van bondgenoten heeft de minister jammerlijk gefaald. Belangrijke groepen in het bedrijfsleven – bij voorbeeld de Amcham groep van ondernemers – vinden afschaffen van AVV en hervormingen in het eerste ziektejaar zinvoller dan loonmatiging. De minister luistert niet en voert nu een eenzame strijd.

Het is ook tactisch fout om de vakbeweging vooral te attackeren op het punt dat de leden meer willen verdienen. Iedereen weet dat de leden van de vakbeweging minder verdienen dan het gemiddelde, en dat maakt het genant om voortdurend de cipiers, de medewerkers van de gemeentereiniging of de verpleegkundigen te beleren dat hun lonen te hoog zijn voor economisch herstel. Thatcher deed dat anders, beter, en met meer politiek succes. Wie zelf rond rijdt in een auto met chauffeur moet niet beweren dat de chauffeur te veel verdient. Thatcher gaf in plaats daarvan de vakbeweging de zwarte piet voor verroeste structuren in de Engelse economie. “Loonmatiging” kwam in haar politiek woordenboek niet eens voor. In 1980 schreef haar latere minister van Financien, Nigel Lawson, dit over loonmatiging in een pamflet van de Conservatieve Partij:

“If wages are controlled by the government, then imbalances arise with shortages in some areas and unemployment in others and there is no way in which labour can be attracted to profitable firms. .. The ultimate connection between the productivity of a man’s labour and his wage is lost, and he regards his pay as being determinded by the government rather than by his own output and efforts. The harmful economic, social and political consequences of the growing politicization of the labour market can scarcely be exaggerated.”

Minister Zalm is geen Thatcher. Maar de VVD heeft de tijd om nog vóór de volgende verkiezingen een program te maken dat beter past bij de eisen van de 21ste eeuw. Of dat politiek slim is, gaat mij niet aan, maar economisch zou zo’n program meer lijken op wat andere landen doen die op dit moment meer succes hebben dan Nederland.

Vijf magere jaren

De voorspellingen van Prinsjesdag voor de economie in 2005 waren al niet goed; nu worden ze nog slechter. Het Centraal Planbureau (CPB) rekende toen met een olieprijs van 35 dollar en een Euro-dollar wisselkoers van 1.2 dollar per Euro – in de geforceerd optimistische veronderstelling dat zowel de olieprijs als de wisselkoers in ons voordeel zouden veranderen. Bovendien nam het CPB aan dat de wereldhandel bijna even snel zou blijven groeien als in de eerste helft van dit jaar. Maar zes weken na Prinsjesdag lijken alle drie voorspellingen al te optimistisch. Tenzij de huidige trends in de komende maanden voor 100 % omkeren, wordt de economische groei in Nederland in 2005 een stuk lager dan de op Prinsjesdag voorspelde 1,5 %. Een olieprijs van 50 dollar in plaats van 35 dollar heeft al tot gevolg dat we ongeveer 0.7 procent van het gdp extra afdragen als een soort belasting aan Opec. Daarbij komen nog de effecten van een zwakkere dollar en een nu al zichtbare vertraging in de wereldhandel. Ik verwacht voor de wereldeconomie nog wel een redelijk jaar, vooral omdat de korte rente zo laag is, en het monetaire beleid in de VS en in Oost-Azie krachtig blijft stimuleren, maar Nederland zal grote moeite hebben om zelfs een armzalige 1 procent groei te halen. Dat betekent een financieringstekort dat blijft botsen tegen het plafond van 3 procent en een werkloosheid van meer dan 7 procent. 2005 Wordt zo het vijfde jaar waarin de Nederlandse economie beneden normaal presteert.

Vorige week verscheen een nieuwe analyse van de Amerikaanse dollar door Ken Rogoff, de net afgetreden hoofdeconoom van het Internationale Monetaire Fonds. Terug aan de universiteit kan Prof. Rogoff nu weer vrij spreken. Hij is bang voor chaotische financiele markten zoals in de jaren zeventig. Rogoff vergelijkt Oost-Azie nú met West-Europa dertig jaar geleden en voorziet speculatieve aanvallen op de munten van China en de buurlanden die nu nog vast zitten aan de Amerikaanse dollar, maar straks gaan revalueren. Hij voorspelt een daling van veertig procent of meer in de dollar en schrijft: “The rest of the world is not going to have an easy time adjusting to a massive dollar depreciation”.

Rogoff heeft een voor de hand liggende aanbeveling voor de handelspartners van Amerika: versterk de binnenlandse economie, want die zal moeten zorgen voor meer werkgelegenheid als de dollar daalt en Amerika marktaandeel wint in de export. Dat recept is precies het omgekeerde van de strategie van het kabinet Balkenende II dat juist inzet op méér export door looonmatiging en weinig lijkt te doen om de binnenlandse sectoren meer flexibel te maken. Een debat over dit dilemma is dringend nodig, maar het kabinet lijkt niet te beseffen hoe weinig kans het recept van loonmatiging en meer export maakt in een jaar dat de olieprijs hoog is, de dollar zwak en de wereldhandel flauw.

Daarom ben ik lang niet zo somber geweest over de Nederlandse economie als nu. Ik hoop van harte dat ik het te zwart zie en dik ongelijk krijg, maar het lijkt me dat de situatie nu nog slechter is dan in 1982. Toen waren de topambtenaren in Den Haag, veel universitaire economen en een grote meerderheid van de werkgevers het er over eens dat de inflatie veel te hoog was, dat de uitkeringen eenmalig zuiniger moesten worden, en dat de prijscompensatie moest verdwijnen uit de lonen. Natuurlijk kwam daar verzet tegen van de PvdA en de vakbeweging, maar er waren genoeg voorstanders om vol te houden.

Nu dreigen vier verloren jaren voor de economie met een zwak kabinet zonder steun in de maatschappij. De ondernemers geloven niet in Balkenende – zie de enquete in het VNO-NCW tijdschrift Forum – en de universitaire economen geven nauwelijks steun. Straks is Wouter Bos minister-president van een PvdA-CDA kabinet zonder duidelijk mandaat – want het CDA zal bij de volgende verkiezingen nog één keer achter Balkenende moeten staan, en waarom zou de PvdA pijnlijke beslissingen nemen, wanneer de verkiezingszege zo gemakkelijk binnen bereik komt door fouten van de tegenstanders?

Er is iets weeks in de Nederlandse samenleving – misschien wel omdat wij altijd coalitie-regeringen hebben en proberen de problemen met eindeloos overleg op te lossen. In 1982 werd die weekheid gelukkig overwonnen dank zij duidelijke steun in de maatschappij voor het corrigeren van een aantal fouten uit de jaren zeventig. Anno 2004 is de slapheid helaas troef en moet het harde nadenken in de samenleving buiten Den Haag nog beginnen.

Advertisements
Categories: Uncategorized
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: