Home > Uncategorized > FEM 9-06 Nederland en IMF – Zalms laatste

FEM 9-06 Nederland en IMF – Zalms laatste

Nederland en het I.M.F.

De net afgesloten jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds in Singapore heeft de patient niet beter kunnen maken: het IMF is nauwelijks nog relevant, want de twee hoofdfunkties van het Fonds passen niet meer in de moderne internationale economie. De architectuur van het huidige IMF is vooral afkomstig van de Engelse econoom John Maynard Keynes die in 1941 een systeem ontwierp waarbij de Verenigde Staten een band zouden garanderen tussen de dollar en de prijs van het goud, en alle andere landen een vaste wisselkoers kregen met de Amerikaanse dollar. IMF-krediet was tijdelijk beschikbaar voor leden die meer reserves nodig hadden omdat hun vaste wisselkoers onder druk stond. Als een wisselkoers fundamenteel niet meer viel te handhaven, zou het IMF ook toestemming kunnen geven voor een devaluatie – zoals in het beroemde geval van Engeland in 1967.

In het midden van de zestiger jaren begon de Banque de France op instigatie van president De Gaulle in het geheim dollars te ruilen tegen goud. Al snel had de V.S. niet meer genoeg gouddekking van het eigen geld en toen gingen ook andere Europese landen de dollar dumpen. In 1971 ws president Nixon gedwongen om de vaste goudprijs op te geven en sindsdien zijn de grote valuta (Dmark, nu Euro, Yen, Sterling, Zwitserse Frank) zwevend. De Aziatische crisis van 1997-8 heeft nog meer landen geleerd dat een vrije wisselkoers minder riskant is dan een vaste koers, maar daarmee vervalt een hoofdtaak van het IMF, namelijk steun voor vaste wisselkoersen.

Harde kritiek kwam bovendien op de acties van het IMF in Mexico. Onder druk van de Amerikaanse regering leende het IMF grote bedragen aan Mexico, zodat Amerikaanse speculanten hun geld uit Mexico konden repatrieren. De arme Mexicaanse burgers moesten de dure dollars weer terugverdienen, met als resultaat dat de gemiddelde mexicaan na een valutacrisis in 1982 vijftien jaar lang alleen maar armer werd.

Sinds de overgang op zwevende wisselkoersen probeert het Fonds om advies te geven over economische groei in arme landen, maar het komt daarmee op het terrein van de Wereldbank die veel meer ervaring heeft in de praktijk. Bij financiele crises in Latijns-Amerika en Oost-Azie gaf het fonds gekleurde adviezen, en in Rusland had het te lang een blind oog voor kapitaalvlucht en corruptie. Nu is het vertrouwen in het IMF weggesmolten.

Daarom zijn de gevechten over de stemverhoudingen in het IMF ook zo fel. De helft van de vierentwintig direkteuren zijn witmannen (VS, acht uit West-Europa, Australie, Canada en Rusland, en geen enkele vrouw) en slechts zes direkteuren komen uit Azie. Daarom vinden de Westerse banken veel te gemakkelijk een willig oor bij het IMF, en klinkt de stem van de helft van de wereld die in Azie woont niet luid genoeg.

Nederland zou een klein maar fijn gebaar kunnen maken om vertrouwen in het IMF te herstellen. Wij delen een direkteurspost met Ukraine, Roemenie, Israel, Cyprus en nog zeven kleinere landen. Sinds de oprichting heeft Nederland nooit echt gedeeld, want de direkteur moest altijd een nederlander zijn. Het zou ons sieren wanneer wij nu zouden beloven dat nu eindelijk wordt gerouleerd tussen de andere elf landen in onze kiesgroep en dat Nederland zich tevreden stelt met zo af en toe een vervangersplaats. De direkteurspost voor de Scandinavische landen rouleert al lang en wordt nu bezet door een Fin, hoewel Zweden, Denemarken en Noorwegen meer betalen aan het IMF. Wat daar al lang praktijk is, kan ook in onze kiesgroep: laat Nederland afzien van de bestuurszetel en die rouleren over de elf landen in onze groep die geen van allen ooit aan de beurt zijn geweest. Een bescheiden, maar symbolisch gebaar dat kan helpen om het IMF weer wat meer vertrouwen te geven.

Laatste Miljoenennota van Zalm

Met uitzondering van 2002, toen zijn vriend Hans Hoogervorst Financien beheerde, heeft Gerrit Zalm alle Miljoenennota’s ingediend sinds 1994. Positief in de balans van 12 jaar macht over de begroting is dan zeker de verlaging van de belasting in 2001 – zij het op een ongelukkig moment, want de Nederlandse economie was al oververhit. Het is flauw om Zalm te verwijten dat hij de belastingen niet nog meer heeft verlaagd, want hij werkte eerst acht jaar samen met de PvdA die slechtziend is voor de zegeningen van lagere belastingen, en in 2002 en 2003 kwamen twee Regeerakkoorden tot stand bij lage economische groei en dan is er geen ruimte voor lagere belastingen.

Voor wat betreft de uitgaven, was Zalm zeker de meest deskundige minister sinds de oorlog, dank zij eerder werk bij het CPB en daarvoor als ambtenaar op het ministerie waar hij later de leiding kreeg. Voorzover we weten, was Zalm ook successvol in de samenwerking met de premier – cruciaal voor een minister van financien, die – zie Andriessen en Ruding – zijn macht verliest zodra hij niet meer het vertrouwen heeft van de regeringsleider. In het kabinet heeft Zalm zijn rol kennelijk goed gespeeld, maar met één grote uitzondering waarover zo dadelijk. Eerst het macrobeleid, waar Zalm twee keer is bezweken voor politieke druk op het tekort. Eerst in 2001 en 2002 toen hij de kans op Paars III probeerde te vergroten met een losbandig uitgavenbeleid. In 2000 was de begroting vrijwel in evenwicht; in 2002 was er al weer een struktureel tekort van 2,3 procent van het bbp. In Duitsland, Frankrijk en Italie werd het tekort ook groter, maar nergens zo veel als in Nederland. Met name de idioot hoge loonstijging voor de ambtenaren in 2002 valt Zalm aan te rekenen – stoere taal van “il duro” in Europese vergaderingen, maar intussen in eigen land Sinterklazen voor de verkiezing. Een jaar later is Zalm medeplichting aan een omgekeerde fout in de begroting voor 2003, toen het strukturele tekort gelijk bleef ondanks een slecht jaar voor de economie. In de zomer van 2002 wilden Hoogervorst en Zalm een feitelijk tekort voor 2003 dat niet nog groter was dan in 2002 en kozen ze dus voor een te krap beleid. In het kabinet was Herman Heinsbroek toen de betere econoom met zijn pleidooien voor wat een ruimer budgettair beleid in de recessie waar Nederland toen op afkoerste.

Fataler was de andere fout van Zalm. Samen met Wim Kok heeft hij in 1994 ingespeeld op het totale gebrek aan financieel en organisatorisch inzicht bij Els Borst, de medisch-ethische deskundige die Volksgezondheid moest beheren. Kok wilde tot elke prijs de reputatie van gat-in-de-hand Joop Den Uyl vermijden en dat is hem in samenwerking met Zalm gelukt, maar de prijs was hoog. Els Borst kreeg een veel te strak kader opgelegd dat tijdens paars I afweek van de historische trend en ook van de ervaring elders in de wereld. Aan het eind van Paars I in 1998 was het budget voor de ziekenhuizen meer dan 15 procent beneden een extrapolatie van de jaren vóór paars. Pas in 2004 was het budget weer terug op die trendlijn, en in de tussenliggende jaren zijn honderden patienten onnodig gestorven op de wachtlijst en hebben nog veel meer Nederlanders pijnlijk moeten wachten op een nieuwe heup, een staaroperatie of zelfs op hulp bij levensbedreigende kwalen.

Het “recht op zorg” werd een aanfluiting en dat is een schande voor een rijk land. Natuurlijk had Els Borst als eerst verantwoordelijke minister moeten aftreden wegens dood door schuld, maar de echte fout lag bij Zalm. Als hij in 1994 voorzichtiger was geweest, was de ramp in de zorgsector tussen 1996 en 2002 Nederland bespaard gebleven.

Advertisements
Categories: Uncategorized
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: