Archive

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

FEM 9-06 Nederland en IMF – Zalms laatste

September 28, 2006 Leave a comment

Nederland en het I.M.F.

De net afgesloten jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds in Singapore heeft de patient niet beter kunnen maken: het IMF is nauwelijks nog relevant, want de twee hoofdfunkties van het Fonds passen niet meer in de moderne internationale economie. De architectuur van het huidige IMF is vooral afkomstig van de Engelse econoom John Maynard Keynes die in 1941 een systeem ontwierp waarbij de Verenigde Staten een band zouden garanderen tussen de dollar en de prijs van het goud, en alle andere landen een vaste wisselkoers kregen met de Amerikaanse dollar. IMF-krediet was tijdelijk beschikbaar voor leden die meer reserves nodig hadden omdat hun vaste wisselkoers onder druk stond. Als een wisselkoers fundamenteel niet meer viel te handhaven, zou het IMF ook toestemming kunnen geven voor een devaluatie – zoals in het beroemde geval van Engeland in 1967.

In het midden van de zestiger jaren begon de Banque de France op instigatie van president De Gaulle in het geheim dollars te ruilen tegen goud. Al snel had de V.S. niet meer genoeg gouddekking van het eigen geld en toen gingen ook andere Europese landen de dollar dumpen. In 1971 ws president Nixon gedwongen om de vaste goudprijs op te geven en sindsdien zijn de grote valuta (Dmark, nu Euro, Yen, Sterling, Zwitserse Frank) zwevend. De Aziatische crisis van 1997-8 heeft nog meer landen geleerd dat een vrije wisselkoers minder riskant is dan een vaste koers, maar daarmee vervalt een hoofdtaak van het IMF, namelijk steun voor vaste wisselkoersen.

Harde kritiek kwam bovendien op de acties van het IMF in Mexico. Onder druk van de Amerikaanse regering leende het IMF grote bedragen aan Mexico, zodat Amerikaanse speculanten hun geld uit Mexico konden repatrieren. De arme Mexicaanse burgers moesten de dure dollars weer terugverdienen, met als resultaat dat de gemiddelde mexicaan na een valutacrisis in 1982 vijftien jaar lang alleen maar armer werd.

Sinds de overgang op zwevende wisselkoersen probeert het Fonds om advies te geven over economische groei in arme landen, maar het komt daarmee op het terrein van de Wereldbank die veel meer ervaring heeft in de praktijk. Bij financiele crises in Latijns-Amerika en Oost-Azie gaf het fonds gekleurde adviezen, en in Rusland had het te lang een blind oog voor kapitaalvlucht en corruptie. Nu is het vertrouwen in het IMF weggesmolten.

Daarom zijn de gevechten over de stemverhoudingen in het IMF ook zo fel. De helft van de vierentwintig direkteuren zijn witmannen (VS, acht uit West-Europa, Australie, Canada en Rusland, en geen enkele vrouw) en slechts zes direkteuren komen uit Azie. Daarom vinden de Westerse banken veel te gemakkelijk een willig oor bij het IMF, en klinkt de stem van de helft van de wereld die in Azie woont niet luid genoeg.

Nederland zou een klein maar fijn gebaar kunnen maken om vertrouwen in het IMF te herstellen. Wij delen een direkteurspost met Ukraine, Roemenie, Israel, Cyprus en nog zeven kleinere landen. Sinds de oprichting heeft Nederland nooit echt gedeeld, want de direkteur moest altijd een nederlander zijn. Het zou ons sieren wanneer wij nu zouden beloven dat nu eindelijk wordt gerouleerd tussen de andere elf landen in onze kiesgroep en dat Nederland zich tevreden stelt met zo af en toe een vervangersplaats. De direkteurspost voor de Scandinavische landen rouleert al lang en wordt nu bezet door een Fin, hoewel Zweden, Denemarken en Noorwegen meer betalen aan het IMF. Wat daar al lang praktijk is, kan ook in onze kiesgroep: laat Nederland afzien van de bestuurszetel en die rouleren over de elf landen in onze groep die geen van allen ooit aan de beurt zijn geweest. Een bescheiden, maar symbolisch gebaar dat kan helpen om het IMF weer wat meer vertrouwen te geven.

Laatste Miljoenennota van Zalm

Met uitzondering van 2002, toen zijn vriend Hans Hoogervorst Financien beheerde, heeft Gerrit Zalm alle Miljoenennota’s ingediend sinds 1994. Positief in de balans van 12 jaar macht over de begroting is dan zeker de verlaging van de belasting in 2001 – zij het op een ongelukkig moment, want de Nederlandse economie was al oververhit. Het is flauw om Zalm te verwijten dat hij de belastingen niet nog meer heeft verlaagd, want hij werkte eerst acht jaar samen met de PvdA die slechtziend is voor de zegeningen van lagere belastingen, en in 2002 en 2003 kwamen twee Regeerakkoorden tot stand bij lage economische groei en dan is er geen ruimte voor lagere belastingen.

Voor wat betreft de uitgaven, was Zalm zeker de meest deskundige minister sinds de oorlog, dank zij eerder werk bij het CPB en daarvoor als ambtenaar op het ministerie waar hij later de leiding kreeg. Voorzover we weten, was Zalm ook successvol in de samenwerking met de premier – cruciaal voor een minister van financien, die – zie Andriessen en Ruding – zijn macht verliest zodra hij niet meer het vertrouwen heeft van de regeringsleider. In het kabinet heeft Zalm zijn rol kennelijk goed gespeeld, maar met één grote uitzondering waarover zo dadelijk. Eerst het macrobeleid, waar Zalm twee keer is bezweken voor politieke druk op het tekort. Eerst in 2001 en 2002 toen hij de kans op Paars III probeerde te vergroten met een losbandig uitgavenbeleid. In 2000 was de begroting vrijwel in evenwicht; in 2002 was er al weer een struktureel tekort van 2,3 procent van het bbp. In Duitsland, Frankrijk en Italie werd het tekort ook groter, maar nergens zo veel als in Nederland. Met name de idioot hoge loonstijging voor de ambtenaren in 2002 valt Zalm aan te rekenen – stoere taal van “il duro” in Europese vergaderingen, maar intussen in eigen land Sinterklazen voor de verkiezing. Een jaar later is Zalm medeplichting aan een omgekeerde fout in de begroting voor 2003, toen het strukturele tekort gelijk bleef ondanks een slecht jaar voor de economie. In de zomer van 2002 wilden Hoogervorst en Zalm een feitelijk tekort voor 2003 dat niet nog groter was dan in 2002 en kozen ze dus voor een te krap beleid. In het kabinet was Herman Heinsbroek toen de betere econoom met zijn pleidooien voor wat een ruimer budgettair beleid in de recessie waar Nederland toen op afkoerste.

Fataler was de andere fout van Zalm. Samen met Wim Kok heeft hij in 1994 ingespeeld op het totale gebrek aan financieel en organisatorisch inzicht bij Els Borst, de medisch-ethische deskundige die Volksgezondheid moest beheren. Kok wilde tot elke prijs de reputatie van gat-in-de-hand Joop Den Uyl vermijden en dat is hem in samenwerking met Zalm gelukt, maar de prijs was hoog. Els Borst kreeg een veel te strak kader opgelegd dat tijdens paars I afweek van de historische trend en ook van de ervaring elders in de wereld. Aan het eind van Paars I in 1998 was het budget voor de ziekenhuizen meer dan 15 procent beneden een extrapolatie van de jaren vóór paars. Pas in 2004 was het budget weer terug op die trendlijn, en in de tussenliggende jaren zijn honderden patienten onnodig gestorven op de wachtlijst en hebben nog veel meer Nederlanders pijnlijk moeten wachten op een nieuwe heup, een staaroperatie of zelfs op hulp bij levensbedreigende kwalen.

Het “recht op zorg” werd een aanfluiting en dat is een schande voor een rijk land. Natuurlijk had Els Borst als eerst verantwoordelijke minister moeten aftreden wegens dood door schuld, maar de echte fout lag bij Zalm. Als hij in 1994 voorzichtiger was geweest, was de ramp in de zorgsector tussen 1996 en 2002 Nederland bespaard gebleven.

Categories: Uncategorized

FEM 8-06 Amerika’s sterke economie – Duitse lessen

August 28, 2006 Leave a comment

Amerikaanse economie blijft groeien

De Amerikaanse huizenmarkt zakt in – no doubt about it. Een jaar geleden stegen de huizenprijzen nog 12 procent sneller dan de algemene inflatie; nu gaan in grote delen van het land de huizen fors in waarde omlaag. Drie miljoen huizen staan te koop en verkopers die haast hebben moeten 20 procent of meer af doen van hun vraagprijs.

Lagere huizenprijzen drukken de economische groei. De nieuwbouw is al met 20 procent gedaald sinds het begin van het jaar; financiele instellingen ontslaan duizenden personeelsleden omdat er minder hypotheekaanvragen binnen komen, en de Amerikaanse gezinnen kunnen zich niet meer zo rijk rekenen met de ongerealiseerde overwaarde op de eigen woning. Voorspellingen voor de economische groei in 2007 zijn verlaagd tot ongeveer 2,5 procent, terwijl de V.S. al twintig jaar lang in een normaal jaar met ongeveer 3,5 procent kan groeien. 2007 wordt zeker een zwak jaar voor de economie – maar als de voorspelling vier maanden voor het begin van het nieuwe jaar al ongunstig is, betekent dat dan een cascade van steeds lagere voorspellingen en een recessie in 2007?

Eén andere factor is ook al niet positief: de korte rente is gestegen tot het peil van de lange rente. Het normale patroon is dat de korte rente duidelijk lager is dan de lange rente, maar eens in de zo veel jaar wordt de rentestructuur vlak of zelfs omgekeerd (de lange rente is dan bij uitzondering lager dan de korte rente). Lang geleden gebeurde dat ongeveer een keer in de vier jaar – en er was geen betere voorspeller van een recessie dan een omgekeerde rentestructur. In de Verenigde Staten is het rentebeleid voor de korte rente onder Volcker en Greenspan geleidelijk stabieler en subtieler geworden, met nog slechts 5 episodes met een vlakke of omgekeerde rentestructuur sinds 1980. In 1980, 1982, 1989 en 2000 was de vlakke rentestructuur een voorbode van een recessie; of de vlakke rentestructuur van 2006 een recessie voorspelt in 2007 weten we pas volgend jaar.

Gelukkig zijn er ook nog redenen voor optimisme. Tot nog toe staat het rente-signaal op rood voor de V.S., maar niet voor het Euro-gebied en Japan. Ook andere trends buiten de V.S. zijn gunstig. In West-Azie haten de mensen de Amerikaanse politiek, maar ze kijken naar Amerikaanse speelfilms en hun regeringen bestellen Amerikaanse wapens. In Oost-Azie zijn de haatgevoelens minder sterk, en de handel met Amerika is er nog veel sterker. Op de lijst van 15 grootste Amerikaanse exportmarkten staan nog 5 Europese landen, tegenover 6 Aziatische naties: Japan, China, Korea, Singapore, Taiwan en Hong Kong. China is al belangrijker dan Duitsland; Korea importeert meer dan Frankrijk. Straks komt ook India op de lijst van grote en snel-groeiende Aziatische markten voor Amerikaanse produkten.

Gunstig is ook dat de Amerikaanse bedrijven zeer liquide zijn. Historisch is de verhouding tussen cash flow en investeringen ongeveer 8:10 met nog krappere waarden vlak voor een recessie. Op dit moment is de verhouding omgekeerd met een uitzonderlijk hoge waarde voor de liquiditeiten in verhouding tot de investeringen. De winstgevendheid is ook al op een historisch record. Amerikaanse bedrijven hebben dus enorme buffers aan liquiditeit – een heel ander beeld dan in de aanloop naar eerdere recessies.

Mij lijkt dat er behalve de huizenmarkt, de rentestructuur en de hoge energieprijzen nog een extra – nu nog onvoorziene schok – vereist is, wil de Amerikaanse economie inzakken tot een recessie. Blijft zo’n nieuwe tegenvaller uit, dan zou de groei in 2007 positief moeten blijven. In een land als Duitsland is de trend van de groei nog maar 1,5 procent per jaar – bij forse tegenwind komt de economische groei direkt tot stilstand. Amerika is veel robuuster en zou de tegenslag van 2006 moeten kunnen doorstaan.

Categories: Uncategorized

FEM 7-06 Nederland niet zo schoon

Nederland – niet helemaal schoon

Transparency International publiceert ieder jaar een ranglijst voor de omvang van de corruptie. De ranglijst is niet gebaseerd op echte waarnemingen van corruptie, maar op indrukken van managers, burgers en bestuurders. Dan kan het zijn dat de ondervraagden culturele vooroordelen herkauwen, zodat de precieze volgorde op de lijst geen waarde heeft. Dat is mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Wetenschappers inde VS hebben impressies over de mate van corruptie in de 50 deelstaten getoetst aan harde cijfers voor de veroordelingen van corrupte ambtenaren. De cijfers per staat bleken heel goed overeen te stemmen met de percepties van de ondervraagden.

Scandinavie scoort altijd heel schoon en veel hoger dan Nederland. Patrick Chabal en Jean-Pascal Daloz wijzen op de sobere politieke cultuur – maar die hebben wij in Nederland ook. Premier Drees verwierf lang geleden Marshall hulp voor Nederland door de Amerikaanse gezanten te ontvangen met een kop thee en één koekje. Zo’n zuinig man zal zeker betrouwbaar omgaan met ons geld, dachten de rijke bezoekers. Relevanter is misschien dat Scandinavie een sterkere traditie heeft van democratie op decentraal niveau. In Zweden valt de provinciale verkiezing samen met de verkiezing van het bestuur van het ziekenfonds. In Finland, waar de scholen betere resultaten boeken dan waar ook ter wereld, hebben lokale schoolbesturen veel vrijheid. In contrast met die lokale demokratie valt Nederland internationaal op door provinciale verkiezingen die nergens over gaan, en gemeentebesturen onder leiding van een benoemde burgemeester. Al die regenten zijn ongetwijfeld onkreukbaar, maar de cultuur van “besturen” in plaats van “beslissen” houdt in dat er zelden wordt afgerekend op succes of falen. De politieke moed waarmee burgemeester Livingstone van Londen het rekeningrijden met veel succes heeft ingevoerd, zien we niet bij burgemeesters zoals Opstelten in Rotterdam die zichzelf altijd “bestuurder” noemen in plaats van “politicus”. Regelrechte corruptie bij het Gemeentelijke Vervoer Bedrijf en bij de Parkeerdienst in Amsterdam is uitputtend beschreven door Jos van der Laan van Het Parool, maar werd in Amsterdam nooit hoofdthema bij de gemeentelijke verkiezingen. De burgemeester kunnen we niet wegstemmen en de grote landelijke partijen dekken elkaar af.

In vergelijking met Angelsaksische landen valt Nederland ook op door de smoezelige manier waarop overheid en grote bedrijven handjeklap spelen ten koste van kleinere ondernemingen. Nog niet zo lang geleden was er de “conversiecommissie” waarin ambtenaren van het ministerie van Financien informatie over de achtergrond van de eerstvolgende staatslening uitwisselden met vertegenwoordigers van een paar grote banken, maar natuurlijk niet met de kleintjes. De Nederlandsche Bank controleerde in die tijd ook nooit de boeken bij de grootbanken, want dat had de interne accountantsdienst van de bank al gedaan, maar pluisde alle details uit van declaraties en transacties van het management bij de kleine financiele instellingen. Een regenteske cultuur waarin een kleine groep van politici en bestuurders van grote bedrijven vriendschappelijk met elkaar omgaat en conksies afsluit ten nadele van kleine bedrijven en potentiele toetreders.

In de gezondheidszorg zijn de details van het vereveningsfonds zo weinig transparant dat alleen al daarom geen enkele buitenlandse verzekeraar interesse heeft. Bij de ziekenhuizen moeten buitenlandse ondernemers ook nog jaren wachten op toestemming om toe te treden. Als de markt zo wordt beheerst door de gevestigde grote ondernemingen, is het nog maar een kleine stap naar een kartel dat gaat overleggen met ambtenaren en politici. Gaat het dan mis, zoals in de bouwsector, dan ziet de voorzitter van de bouwlobby kans om alle huichelachtige ontkenningen, halve bevestigingen en loze beloftes van zijn achterban te overleven dank zij een sfeer van “ons kent ons”. Allemaal erg Nederlands, maar wees dan niet verbaasd over een cultuur die minder precies is dan in de Angelsaksische landen en een stuk minder zuiver dan in Scandinavie.

Categories: Uncategorized

FEM 6-06 Vrijheid voor groei – Een slechte beursmaand

Eén slechte maand op de beurs

TV en kranten geven weer extra aandacht aan de beurskoersen. Maar helaas om een droevige reden: aandelen zijn in de afgelopen maand opeens flik goedkoper geworden.
Drie verklaringen concurreren om aandacht: onzekerheid over de Amerikaanse dollar; risico’s voor de Amerikaanse inflatie, en een hogere prijs voor risico in het algemeen.

Eerst de dollarAl bijna vijftien jaar groeit de Amerikaanse economie veel sneller dan Europa en Japan (uitgezonderd een korte periode in 2001), en bij die hogere groei hoort een sterkere vraag naar kapitaalgoederen. En inderdaad, bijna veertig procent van de Amerikaanse invoer bestaat uit machines of andere goederen die zijn bestemd voor bedrijven. De Centale Banken in Azie financieren het tekort op de handel en blijven gelukkig bereid en in staat om dollars toe te voegen aan hun internationale reserves (nu al 1900 miljard dollar). En de accumulatie van dollars in Oost-Azie leidt nog niet tot inflatie, wat een politieke reden zou zijn voor de Aziatische regeringen om hun monetaire koers te veranderen; de gemiddelde inflatie in de Aziatische ontwikkelingslanden is tussen 2 en 3 procent – historisch laag. Trouwens, de groei in de V.S. zwakt af, de huizenprijzen dalen en er is alle kans dat de besparingen daardoor weer gaan toenemen, wat automatisch helpt voor het economisch evenwicht tussen de V.S. en de rest van de wereld.

Inflatie in de Verenigde Staten krijgt ook veel aandacht van de media, maar waarschijnlijk is nervositeit niet nodig. De korte rente is in bijna een rechte lijn gestegen van 1 procent naar 5 procent en daarmee terug op een niveau dat goed past bij een economische groei van 3 procent en een inflatie van 2 procent. Mijn monetaristische collega’s aan Amerikaanse universiteiten kijken niet alleen naar de korte rente, maar ook naar de groei van de liquiditeiten en komen tot eenzelfde conclusie, namelijk dat het monetaire beleid weer ongeveer neutraal is met weinig risico van een verder oplopende inflatie. Het zijn vooral economen met een meer Keynesiaanse achtergrond die risico’s voor inflatie zien in de lage werkloosheid, maar het is beter om maar niet meer te proberen een link te leggen tussen veranderingen in de werkloosheid en veranderingen in de inflatie. Dat werkt niet meer in de VS – zoals duidelijk bleek tijdens de boom van 1995 tot 2000 met de fortuinlijke combinatie van een echte “banenmachine” en stabiele inflatie. In Nederland hadden wij trouwens ook zo’n ervaring in die periode. Inflatie laat zich het best voorspellen door te kijken naar monetaire cijfers en die zien er voor de V.S. normaal uit.

Resteert de derde verklaring voor de slechte beurs van Mei: een wereldwijde stijging van risicopremies op beleggingen. Gemiddelde prijzen van opties op aandelen-indices waren in Europa en in de V.S. de afgelopen drie jaar lang gedaald tot ver onder het historische gemiddelde. Als de volatiteit van de koersen terugkeert tot een meer “normaal” niveau, dan gaat dat volgens de theorie samen met hogere risicopremies en dus met een lagere koers-winst verhouding. De winsten blijven uitstekend, ook in Europa, maar de waardering op de beurs wordt wat minder uitbundig. Geen reden voor paniek.

Beleggers met een meer bijgelovige instelling zullen zich zeker de oude spreuk herinneren: “Sell in May and go away”. 2006 was een frappante bevestiging van die beurswijsheid en iedereen die daarvan onder de indruk is zal pas in September of Oktober terug willen komen ter beurze, keurig op tijd voor de traditionale rally aan het eind van het kalenderjaar. “Buy and hold” beleggers, daarentegen, hoeven de portefeuille niet defensiever te maken na één slechte maand. Lach me volgende maand vooral uit als ik het mis heb.

Te weinig vrijheid om sneller te groeien

Na drie magere jaren heeft Nederland weer een redelijke economische groei. De voorspellingen van 2,4% voor 2006 en 2,0 % voor 2007 zijn o.k., maar ook niet meer dan dat. Elk inhaaleffekt ontbreekt, waarbij een economie een deel van de opgelopen achterstand compenseert door een jaar met extra hoge groei. In het oude Egypte wisselden magere en vette jaren elkaar af, maar in Nederland komt na alle loonmatiging van 2003, 2004 en 2005 niet meer dan een normale oogst in de aanloop naar de verkiezingen van 2007.

We zien eenzelfde patroon in Duitsland: een langdurige zwakke periode en dan de prognose van één of twee gewone jaren (maar misschien in Duitsland zelfs dat nog niet eens wanneer de BTW-verhoging doorgaat). Bovengemiddelde economische groei lukt in landen die nog een inhaalslag hebben te maken, zoals Spanje dat nu al Frankrijk en Italie op de hielen zit, en in de landen van Centraal Europa die met grote stappen de kloof met West-Europa gaan dichten. Maar gaat het om de economische kopgroep, dan komt een hoge economische groei alleen nog voor in de Engelssprekende landen, en hier en daar in Scandinavie.

Voor een goed deel kunnen economen dat wel verklaren: Scandinavie heeft beter onderwijs dan Nederland, doet meer aan scholing voor werknemers, en heeft minder corruptie; de Engelssprekende landen profiteren van lagere belastingen en meer economische vrijheid. Als dat nuttige ambities zijn voor ons land, hoeveel heeft het kabintet Balkenende dan bereikt om Nederland even “clean” te maken als Finland en even vrij als de Angelsaksische landen? Een volgende column over de corruptie; vandaag een reflectie op de vrijheid, waarbij één duidelijk succes is geboekt door dit kabinet: de grotere verantwoordelijkheid van de gemeenten voor de bijstandswet en het ruimen van de mislukte arbeidsbureaus. Op beide terreinen had Paars niets gepresteerd, vooral vanwege weerstand van de Saskia Noorman-Den Uyl – vleugel in de PvdA. Die groep blijft invloedrijk in de huidige PvdA. Met recht schrijft Syp Wynia in Elsevier dat dit een slecht signaal is over de ruimte die Bos straks van zijn partij krijgt om de sociale sector en de zorgsector vrijer en concurrerender te maken.
Een compliment dus voor Balkenende, want de grotere vrijheid voor de gemeenten met de bijstand is belangrijk, en gaat eindelijk in tegen de Nederlandse traditie dat Den Haag alles wil beslissen. Het zou mooi zijn wanneer Den Haag zou leren van dit succes en ook meer vrijheid geven op andere terreinen. Één voorbeeld: waarom moet de minister van Onderwijs voor alle universiteiten de bestuurders benoemen? Outplacement voor oud-politici is helaas het eerlijke antwoord op die vraag, maar studenten en hoogleraren zouden meer hebben aan deskundige en creatieve bestuurders. Mark Rutte (VVD) draagt de verantwoordelijkheid voor alle foute benoemingen bij de universiteiten, en dat is een blamage voor hem en voor zijn partij. “Vrijheid” hoort de slogan te zijn waarmee de liberalen zich kunnen onderscheiden van de rest. Vrijheid in het onderwijs, maar ook vrijheid voor ziekenhuizen om verlost te worden van landelijke CAO’s (hier faalt VVD-minister Hoogervorst), vrijere regels voor eigendom en prijsstelling van huurwoningen (falende VVD-minister Dekker) en vrijheid voor burgers om met een lager tarief in de belasting meer vrij te kunnen besteden (VVD-er Zalm is nog steeds tegen de combinatie van lagere tarieven en minder aftrek van dure hypotheken) – dat behoren hoofdpunten te zijn voor een liberale partij. Nu de VVD heeft gekozen om zich niet te profileren met de harde anti-immigratie lijn van Rita Verdonk, zou die partij zich de tweede letter in haar naam moeten herinneren. Niet vanwege een rechtse ideologie, maar omdat de Angelsaksische landen economisch succes hebben door hun combinatie van meer vrijheid en lagere persoonlijke belastingen.

Categories: Uncategorized

FEM 5-06 Nieuwe start voor CPB – Politiek en AOW

Nieuwe start voor CPB

Coen Teulings is een uitstekende keuze voor direkteur van het Centraal Planbureau (CPB). Ik neem mijn hoed af voor de eerste Nederlandse econoom die twee keer een artikel publiceerde in het Journal of Political Economy, huisblad van de economische Faculteit van de Universiteit van Chicago, en hoogst genoteerde tijdschrift voor universitaire economen in de wereld. Teulings is een wereld-specialist op het terrein van de arbeidsmarkt; hij zal uitstekend leiding kunnen geven bij het CPB, wanneer hij er in slaagt zijn eigen, open stijl van discussie te transplanteren naar de nieuwe werkplek.

We moeten hopen op een nieuwe wind bij het CPB. Met Gerrit Zalm als direkteur (1989-1994) stond het CPB nog open voor nieuwe inzichten – de autoritaire trekken van Zalm werden pas zichtbaar nadat hij in 1994 minister werd. De minister van Economische Zaken, Hans Wijers, moest toen een opvolger voor Zalm zoeken bij het CPB. Wijers accepteerde helaas de interne kandidaat zonder aan te dringen op een open sollicitatie en zo werd Henk Don (12994-2006) direkteur. Don was een van de belangrijkste rekenaars bij het CPB en maakte als direkteur consequent het rekenmodel de toetssteen van zijn opvattingen. Ik herinner mij een discussie met Don waarin ik zei dat zijn negatieve mening over het belang van Schiphol inging tegen internationale research over vliegvelden en andere infrastructuur. Hij verdedigde zich door te zeggen dat zijn rekenmodel negatief was en dat we dat maar moesten geloven. Helaas is het rekenmodel zonder waarde en wel om de logische reden dat het aantal variabelen groter is dan het aantal waarnemingen. Er komt uit wat we er in stoppen, en wat we er in stoppen is afhankelijk van de vooroordelen van de onderzoekers.

Praktisch gesproken blijkt de geringe waarde van het rekenmodel ook uit het feit dat de voorspellingen voor de Nederlandse economie nooit erg goed zijn geweest. Drie economen op het hoofdkantoor van de Rabobank voorspellen gemiddeld zeker zo goed als honderd economen bij het CPB.

In 1982 gaf Don leiding aan de afdeling van het CPB die voorspelde dat de bezuinigingen van het kabinet Lubbers-I schadelijk zouden zijn voor de economie. Die fout kwam voort uit een rekenmodel waarin de staatsschuld en de gevolgen van die schuld voor de belastingdruk ontbraken. Gelukkig hadden Lubbers en zijn minister van Financieen Ruding de staatschuld en de rentelast wél op het netvlies en volgden ze het advies van Don niet. Daarvoor, tijdens de diepe recessie van 1980-82, rekende het CPB met een model zonder de huizenprijzen en zonder de schadelijke effekten van een hoge inflatie. Gewone burgers snapten toen intuitief meer van de economische problemen dan het Planbureau. Nóg eerder had het CPB in de jaren zeventig ook al de boot gemist door systematisch de schuld van die hoge inflatie neer te leggen bij de vakbonden in plaats van bij nationale en internationale monetaire en wisselkoersbewegingen. Dat kwam omdat in die tijd de wisselkoers nog geen rol speelde in het rekenmodel. Keer op keer had het rekenmodel dus een blinde vlek en na zoveel lelijke missers is dat reden om het rekenmodel een veel geringer gewicht te geven dan tijdens de periode van Don.

Coen Teulings weet natuurlijk ook dat het rekenmodel wetenschappelijk zonder waarde is. Ik verwacht daarom dat hij in plaats daarvan meer zal werken met projekt-teams inclusief specialisten van buiten het CPB. Als hij daar snel in slaagt – en waarom niet, want bij het CPB heeft de direkteur voldoende bevoegdheden – is het CPB klaar voor een tweede jeugd. Dan is het ook hoog tijd voor een betere naam voor het bureau. Laat Noord-Korea en Cuba hoop houden op een “planbureau”, maar vervang in Nederland de al lang belachelijke naam van het CPB door “Bureau voor Economische Analyse.

Politiek en AOW

Wouter Bos heeft met zijn 1-mei toespraak zichzelf en zijn PvdA geen dienst bewezen. Hij stelde voor om hogere belastingen te gaan heffen bij de ouderen, voorzover die meer inkomsten hebben dan alleen de AOW. Drie dagen later kreeg Bos een harde kopstoot te verduren van partijgenoot Marcel van Dam (68), die meteen aankondigde dat een PvdA met zulke “perverse” voorstellen niet meer zijn stem zou krijgen.

Het is niet de eerste keer dat Wouter Bos een gevaarlijke stap maakt. In 2002 stelde hij voor om de hypotheekaftrek niet meer toe te staan voor het toptarief in de inkomstenbelasting. Voor iedere betaalde 100 euro rente zou een huiseigenaar niet meer 52 Euro hulp ontvangen van de belastingdienst, maar nog slechts 42 Euro. Dat heeft Marcel van Dam laten passeren, waarschijnlijk omdat Bos er toen correct bij zei dat die maatregel alleen zou gelden voor nieuwe hypotheken. Nu heeft Bos het echter over de aanvullende pensioenen en hij wil de extra belasting zo snel mogelijk laten ingaan.

In 1994 wist Professor Kolnaar uit Tilburg, economisch adviseur van het CDA, zijn partij te ontdoen van 20 kamerzetels door voor de televisie uit te leggen dat de pensioenen te hoog waren en dat daarop moest worden gespaard. Zo hard wordt stoere taal over de pensioenen soms afgestraft. Daar zijn twee politieke redenen voor. Ten eerste wordt grijs de dominante kleur in het stemlokaal. Een berekening van het Internationale Monetaire Fonds laat zien dat over 20 jaar weliswaar nog lang niet de helft van de Nederlandse bevolking ouder is dan vijftig jaar, maar al wel de helft plus één van de stemmers, want de ouderen gaan stemmen en de jongeren blijven thuis – behalve toen Pim Fortuyn op het biljet stond. Behalve het eigenbelang van de ouderen speelt ook een rol dat burgers, jong of oud, beseffen dat het niet fair is om de belasting te verhogen op een groep die daar niet meer voor kan compenseren. Extra belasting op een werkend gezin is ook vervelend, maar mensen kunnen nog meer uren gaan werken of op een andere manier hun bruto inkomen verbeteren. Ouderen zijn machteloos.

De PvdA verwerpt de twee alternatieven voor hogere belasting op de pensioenen (en op de werkenden met een hoger inkomen). De Verenigde Staten, Duitsland en veel andere landen hebben al besloten tot het langzaam ophogen van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar, door die gedurende 24 jaar ieder jaar met één maand aan te passen. Van alle maatregelen tegen de financiele gevolgen van de vergrijzing is dit degene met de meeste steun onder economen, omdat het zo enorm aantikt. De tweede mogelijkheid om de financiering van de pensioenen veilig te stellen is om de indexatie vast te stellen op de prijsindex, zoals in Engeland en in de V.S. . Dan heet het basispensioen waardevast. De PvdA zegt wel mooi dat het pensioen gelijke tred moet houden met de lonen (welvaartsvast) maar in de Nederlandse praktijk is dat een onbetrouwbaretoezegging. In alle jaren dat de ambtenaren een kortere werkweek kregen als compensatie voor een bevroren salaris, deden de gepensioneerden mee met de bevriezing, hoewel hun werkweek al bij de pensionering op 0 uur was gezet en dus niet nog verder naar beneden kon. In de V.S. zijn zulke onbetrouwbare kunstgrepen onmogelijk. Daar is de indexatie van de AOW weggehaald bij de politiek en in handen gegeven van politiek onafhankelijke deskundigen. Dat zou Nederland ook moeten doen. In combinatie zijn de twee hierboven geschetste alternatieven meer dan voldoende om de vergrijzing financieel op te vangen en hoeft de belasting dus helemaal niet omhoog. Zou dat niet beter passen bij de huidige staat van de Nederlandse economie?

Categories: Uncategorized

FEM 4-06 Uitdaging voor VVD – Geld voor Randstad – Italie en Euro

Uitdaging voor de VVD

Tijdens het kabinet Lubbers-3 introduceerde minister Bert de Vries van Sociale Zaken (CDA) een dure maar snellere route om ontslag mogelijk te maken: de gang naar de kantonrechter. In Kok-1 zag minister Melkert (PvdA) kans om de uitzendbureaus meer ruimte te bieden. Dat waren de twee belangrijkste redenen waarom de arbeidsmarkt in Nederland voor buitenlandse bedrijven hoog scoorde in vergelijking met Duitsland en Frankrijk.

Nu weten we dat het succes van de Nederlandse economie tot 2001 ook had te maken met twee geheel andere factoren: de enorme toename in de werkgelegenheid van vrouwen, en de gunstige effecten op de consumptie van stijgende prijzen op de huizenmarkt en op de beurs. Sinds 2001 zijn die twee drijvende krachten weggevallen, en kijk hoe de Nederlandse economie sindsdien heeft gepresteerd. In andere landen krijgen uitzendbureaus nu ook meer ruimte (Duitsland, Spanje), en Estland, Slowakije en andere nieuwe toetreders tot de EU hebben veel lagere belastingen, lagere loonkosten en nog een “ouderwetse” arbeidsmoraal. Nederland moet daarom dringend een nieuwe slag maken om de arbeidsmarkt te verbeteren.

Tot zover verdient het kabinet Balkenende-2 lof noch kritiek. De krachtige rugwind ging liggen voordat het kabinet aantrad, maar grote fouten zoals lang geleden tijdens de kabinetten Den Uyl en Van Agt zijn er ook niet gemaakt. Spijt is meer op z’n plaats over de slappe houding van één regeringspartij, de VVD. Onder leiding van Frits Bolkestein en Gerrit Zalm is de VVD nu al twaalf jaar aan de macht, maar grote veranderingen blijven uit.

Ben Verwaayen schrijft nu op uitnodiging het nieuwe verkiezingsprogramma voor de VVD. Hier volgt een sociaal-economisch idee voor een liberale partij dat kan helpen tegen de werkloosheid. De Engelse-Duitse econoom Prof. Dennis Snower heeft zijn in academische kring al eerder bekende plan vorige week in Duitsland gepubliceerd, en het verdient ook in Nederland alle aandacht. Kern is: combineer de AOW en de werkloosheidsverzekering in één nationaal fonds en geef burgers het recht om daaruit te putten bij werkloosheid of andere ernstige tegenslag. Verplicht werkgevers tot een extra storting bij ontslag, maar laat wernemers de vrijheid om geld op te nemen of om het te laten staan tot hun pensioen.

De schoonheid van Snower’s plan zit er in dat werknemers veel meer haast zullen hebben om weer een baan aan te nemen, omdat ze dan minder uit hun eigen spaarpot hoeven op te nemen. De vakbeweging zal opmerken dat wie veel en lang werkloos is, dan een schrale AOW-pot overhoudt. Maar dat geldt ook (of zou moeten gelden!) voor iedereen die zich pas op latere leeftijd in Nederland vestigt, en voor emigranten zoals Uw columnist die besloot om zeven jaar in het buitenland te werken en straks dus een lagere AOW krijgt. De AOW hangt in Nederland dus nu al af van het arbeidsverleden.

Snower’s plan is ook aantrekkelijk omdat het nu eens niet probeert – zoals in Frankrijk en Duitsland – om de werkloosheid eenzijdig aan te pakken ten koste van de zwakkeren op de arbeidsmarkt. In Frankrijk zitten de oudere werknemers bij de overheid gebeiteld met riante pensioenen en een veilige baan; jongeren moeten vechten om hun eerste funktie. In Duitsland ontstaat een duidelijke tweedeling op de arbeidsmarkt met miljoenen werknemers in tijdelijke, gesubsidieerde banen. Ook in Nederland is er een groot verschil tussen jongeren op tijdelijke contracten en oudere werknemers bij de (semi)overheid.

Het voorstel van Snower past perfect bij de VVD: eigen verantwoordelijkheid en slimmere prikkels voor het individu, zonder dat er bot wordt bezuinigd. Ik hoop dat Ben Verwaayen tijd heeft om de details te lezen op de website van Snower’s Institut fuer Weltwirtschaft in Kiel en dat ze opduiken in zijn program voor de VVD.

Geld voor de Randstad

Eindelijk lijkt het kabinet bereid tot een definitief “neen” tegen dure plannen voor een snelle trein van Amsterdam naar Groningen. Het doek valt na een onbevredigende discussie, en dat schrijf ik niet om de plannen alsnog te redden uit de prullenbak van de politiek, maar omdat het nodig blijft om problemen van de Nederlandse Randstad op een andere manier het hoofd te bieden.

“Problemen met de Randstad”? U leest goed – de snelle trein naar Groningen viel nooit te verdedigen als een zinvol recept voor Groningen, maar was interessant voor Amsterdam en de rest van de noordelijke Randstad. In Groningen is de werkloosheid wel hoog, maar een hoog percentage van een kleine bevolking is nog steeds een klein getal. Het echte probleem is dat wonen en werken in de Randstad heeft geleid tot lange files, tekortschietend openbaar vervoer en kleine woningen op peperdure grond. In Frankrijk laten de cijfers zien dat snelle treinen het totale woongenot van de bevolking vergroten, omdat sommige gezinnen kunnen kiezen voor een royaal huis op afstand van de grote stad. Huizenprijzen en economische ontwikkeling zijn significant gunstiger in departementen met een halte van een TGV, en die is dus het geld waard, niet vanwege de schaarse oorspronkelijke bewoners van de landelijke regio, maar om nieuwe mogelijkheden te bieden voor koopkrachtige vraag vanuit Parijs of Lyon.

Een rekenvoorbeeld laat zien hoe groot de belangen kunnen zijn: Als een nieuwbouwwijk bij Almere of Lelystad een snelle verbinding heeft met Amsterdam, zou dat dan niet de prijs van een royaal nieuwbouwhuis met 100.000 Euro kunnen verhogen? Op een kavel van 600 meter grond, is 100.000 Euro niet meer dan een stijging van de grondprijs van 5 Euro per vierkante meter landbouwgrond naar 200 Euro per vierkante meter grond voor woningbouw. Veel aspirant-villabewoners zouden blij verrast zijn met zo’n gunstige grondprijs. Twintigduizend zulke huizen leveren dan een extra grondwaarde op van twee miljard Euro. Bijna de helft van het nieuwe spoor is dan al gefinancierd.

Het Centraal Planbureau heeft steeds geweigerd om de snelle trein te zien in combinatie met nieuwbouw voor overloop uit de Randstad. Het CPB merkte alleen (terecht) op dat er niet genoeg potentiele passagiers in Groningen wonen om de trein rendabel te maken. Waarom was het gemeentebestuur van Almere dan niet aktiever in de lobby voor een mooie trein? Antwoord: de lokale politici zetten liever in op een tweede snelweg tussen Almere en Amsterdam die misschien een dure tunnel onder het Ijsselmeer gaat vereisen. En Almere heeft al een trein naar Amsterdam. Liever maakte Almere daarom plannen voor luxe watervilla’s in het Ijsselmeer aan de dure westkant van Almere om maar extra argumenten te hebben voor een tweede weg. Voor milieu en woningmarkt was een groot plan ten oosten van Almere logischer, maar dan had Almere moeten kiezen voor een nieuwe spoorbaan.

Zonder steun van Almere was de snelle trein een verloren zaak. En dus blijft de Randstad op de laatste plaats van de elf metropolen in West-Europa voor wat betreft het aantal kilometers spoor per miljoen inwoners. Het gemiddelde van Londen, Parijs, Hamburg, Stockholm en al die andere grote steden is 215 km spoor per miljoen mensen; de Randstad haalt nog geen 100 km spoor. Dat cijfer alleen al laat zien dat de nieuwe verbinding echt niet onzinnig was in een internationale context, maar het heeft niet zo mogen zijn. Het CPB maakte een analytische fout en het gemeentebestuur van Almere wilde niet kiezen voor een projekt dat ten onrechte op de agenda stond als liefdadigheid voor Groningen. Slecht nieuws voor aspirant-kopers van een vrijstaand huis; gevaarlijk nieuws voor wat nog over is van het Groene Hart.

Italie en de Euro

Aan het eind van het jaar is de korte rente in de Euro-zone misschien een vol procent hoger. De Euro wordt sterker als de Europese rente klimt naar het niveau van Amerika, en een koers van $ 1.30 per euro is goed mogelijk.

Alle elf Eurolanden moeten dit gemeenschappelijke lot gewillig ondergaan, want de ECB is onafhankelijk in haar beslissingen over de rente en markt bepaalt de wisselkoers. Voor de meeste Eurolanden zijn een stijgende rente en een duurdere valuta in niet zo’n groot probleem – in England, Ierland en Spanje is een stijgende rente zelfs welkom als remedie tegen oververhitting op de huizenmarkt. Maar in de zwakke Eurolanden worden rente en wisselkoers later dit jaar de makkelijke zondebok voor politici die verantwoordelijkheid willen afschuiven voor hoge werkloosheid en zwakke groei. Portugal is zo’n land met een nog lagere economische groei in de afgelopen jaren dan Nederland, maar Portugal is klein en dus horen we daar niet veel over. Italie is een van de vier grote landen in de Euro-zone, en daar is het lidmaatschap van de Euro-zone al onderwerp van discussie.

Tien jaar geleden waarschuwde Frits Bolkestein als politiek leider van de VVD al tegen participatie van Italie in de Euro. In die tijd kon iedere hoogleraar monetaire economie een mooie zakcent bijverdienen met lezingen over “Wat betekent de Euro voor U?” en ik herinner mij heel wat discussieavonden voor klanten van banken en beleggers. De eerste vraag was steevast: “Lopen onze pensioenen gevaar wanneer Italie lid wordt van de Euro?” En daarna: “Staan wij dan garant voor die enorme Italiaanse staatsschuld?”

Nog steeds denk ik dat het juiste antwoord is “nee, en nogmaals nee”. Bolkestein heeft nooit kunnen aangeven hoe precies een fianciele crisis in Italie een groot gevaar zou inhouden voor de overige Eurolanden. Hier volgt mijn schatting van het volgende bedrijf in dit financiele drama. De Italiaanse lonen zijn de afgelopen jaren sneller gestegen dan in Nederland en Duitsland – en daardoor was de economische groei iets minder slecht dan bij ons of in de Bondsrepubliek – maar nu heeft die hogere loonstijging gezorgd voor een ernstige deuk in de concurrentiepositie. Als de Euro dit jaar sterker wordt, krijgt de Italiaanse industrie het nog moeilijker. Italie kan in het ECB-bestuur protesteren, maar de collega-bankiers zullen uitleggen dat Italie de problemen in eigen land moet oplossen. De ervaring daarmee in Nederland leerde dat de regering drie jaar moest preken over loonmatiging, voordat het er echt van kwam. Er zal dus in Italie geen onmiddellijke verbetering optreden, meer industriebedrijven zullen failliet gaan, en de belastingontvangsten nemen af.

In het pessimistische scenario stijgt dan risicopremie op Italiaanse schuld en gaat de ECB signalen afgeven dat er een moment komt dat de bank niet langer blind kan zijn voor verschillen in kwaliteit tussen Italiaanse schuld en schuldpapier van andere Euro-deelnemers. Op dit moment beschouwt de ECB schuld van alle Eurolanden nog als perfecte substituten maar dat kan eeuwig niet zo blijven.

Op dat moment gaan de markten speculeren over de volgende stap, en dat zal geen prettig gezicht zijn: meer volatiliteit in de risicopremie op Italiaanse schuld en dalende koersen van Italiaanse banken en verzekeraars als houders van Italiaanse schuld. Dan geldt: “All bets are off” , maar nog steeds is er geen risico voor de andere Eurolanden. Geen risico voor de Nederlandse pensioenen; geen enkel gevaar dat Italiaanse schuld wordt overgenomen door tien andere landen, maar een urgent probleem voor Italie zonder een makkelijke oplossing. Italie wilde tien jaar geleden de voordelen van de lage Duitse rente voor de binnenlandse economie. De prijs voor die lage rente was het inleveren van beslissingsmacht over de wisselkoers, en die prijs wordt nu betaald.

Categories: Uncategorized

FEM 3-06 Google en Microsoft – Kopenhagen en Muslims

Google en Microsoft

Google heeft het voor elkaar. Na jaren van experimenteren is het adverteren op de site nu een rijke bron van inkomsten.. Adverteerders betalen Google, want zij hebben ontdekt dat een websurfer interesse heeft voor informatie die precies past bij zijn internet search. Google incasseert per doorklik een commissie. In de laatste anderhalf jaar zijn de tarieven die Google daarvoor in rekening kan brengen met een faktor vier gestegen. Dat geeft Google de financiele ruimte om agressief te groeien. In 2002 investeerde Google minder dan 50 miljoen dollar, en dat was even veel als bij voorbeeld Amazon. In 2005 besteedde Google ruim 800 miljoen dollar aan investeringen, vier keer zo veel als Amazon. De koers van Google is volatiel, maar na een koersdaling vorige week stond de Koers/Winst verhouding nog steeds op 73 – hoog vergeleken met een gemiddelde K/W van 22 voor de technologie-sector in de VS. Die K/W geeft Google een totale marktwaarde van ruim 100 miljard dollar.

Naar verluidt is Google nu in onderhandeling met Dell, en ligt een bod op tafel in de orde van een miljard dollar. Dat geld kan Google kennelijk terug verdienen wanneer voortaan alle Dell-computers automatisch Google laten zien als eerste scherm wanneer de computer wordt aangezet.

Voor de winst van Google is het nu belangrijker om de zoek-algorithmes verder te verfijnen, zodat consumenten preciezer bij de juiste adverteerders komen, dan om te hopen op nog sterkere micro-processors in de computer van die consument. Verbeteringen in de chips zijn interessant voor electronische produkten – in 2007 hebben nieuwe TV-toestellen kleiner dan 27 inch nog maar één enkele chip nodig om het beeld op het scherm te krijgen. De huidige chips zijn al goed genoeg om Google veel geld te laten verdienen.

Intussen belooft Microsoft voor de tweede helft van dit jaar het nieuwe software-produkt “Vista” in zes verschillende versies. Dat wordt geen gegarandeerde triomf. In Amerika circuleert een schatting van General Electric dat de omschakeling van Microsoft Windows naar Microsoft Vista zeven tot achtduizend dollar gaat kosten per workstation, omdat Vista ingrijpende veranderingen vereist in bestaande systemen. Dat is een investering waar geen enkele onderneming gemakkelijk ja tegen gaat zeggen.

De concurrentie tussen de aanbieders van services zoals Google en de fabrikanten van products, bij voorbeeld Intel en Microsoft wordt heviger. Microsoft werkt hard aan een betere zoekmachine, om terug te vechten tegen Google, maar misschien is het al te laat om Google nog te verslaan op eigen terrein. De computer-wereld verandert: ik hoorde een Amerikaanse insider de nieuwe trend samenvatten als “services are winning over products”. Dan gaat het niet alleen om Google en Microsoft, maar ook om de slag tussen het internet en de kranten. Advertenties voor woningen trekken in de VS in hoog tempo wég van de dagbladen naar het net, en daarmee verdwijnt een lukratieve bron van inkomsten voor regionale kranten. Advertenties voor banen zijn al grotendeels uit de kranten verdwenen.

Misschien dat kranten in het midden-segment het meeste last krijgen van het internet. In de nationale en internationale markt bieden kranten als de Financial Times (vorig jaar al weer winstgevend) en de Wall Street Journal kwaliteit en krijgen daardoor ook de lezers die interessant zijn voor adverteerders. De pagina met ingezonden brieven in de Financial Times is geselecteerd door de redaktie, en daardoor een stuk interessanter dan een willekeurige amateur-blog. Aan de andere kant van het kwaliteits-spectrum staan kranten als de Bild Zeitung of de Daily Mirror die hun miljoenen lezers entertainen met spannend pseudo-nieuws en sport. Veel van die lezers hebben geen baan waardoor ze op het werk het internet kunnen surfen. Kranten die oppervlakkiger zijn dan de internationale top, maar saaier dan de sensatiebladen krijgen het – denk ik – steeds moeilijker in concurrentie met de service van het internet.

Kopenhagen of Kuala Lumpur

“Islam” was het thema van een internationale conferentie in Den Haag eerder deze maand ter herdenking van Pim Fortuyn. Een historicus uit Denemarken sprak over de moeilijke relatie tussen Moslims en non-Moslims in Kopenhagen: “We have a solid tradition of making fun of Christians, Jesus, the Bible and many other holy texts. Why should we all of a sudden make an exception for Muslims?” Een Nederlandse antropoloog vroeg hem: “Vrijheid van meningsuiting is toch niet absoluut? Mag ook meewegen of uitspraken slecht zijn voor de saamhorigheid in een samenleving?” Dat was olie op het vuur voor alle Amerikaanse deelnemers die zelfverzekerd volhielden dat vrijheid van meningsuiting dé hoeksteen is van onze Westerse beschaving.

De Deense historicus vertelde de conferentie ook dat in Stockholm en Malmo er al no-go wijken zijn waar taxichauffeurs ‘s avonds liever niet een klant oppikken of afzetten.

Ik werk en woon in Kuala Lumpur, een stad van 3 miljoen inwoners, met een percentage Moslims dat in Europese steden de komende tien jaar nog niet wordt bereikt. Hier in KL rijden de taxi’s overal, zien we geen uitgebrande auto’s zoals in Parijs en is het al weer jaren geleden dat er de laatste ernstige uitbarsting was van raciaal geweld toen een Hindu-begrafenisstoet het pad kruiste van een Moslim-huwelijksprocessie (of andersom) .

In Kuala Lumpur mengen Moslims, Boeddhisten, Christenen en Hindus zich op het werk, aan mijn universiteit, in de winkelcentra en in de food courts waar iedereen in de open lucht nasi lemak uit Indonesie, roti canal uit Singapore,claypot uit China, of mixed tandoo uit India eet. Geen enkele wereldstad verdient een 10 op het rapport, maar KL heeft recht op een hoger cijfer dan Kopenhagen, Amsterdam of Parijs voor de omgang tussen rassen en godsdiensten. Ik moet toegeven dat er beperkingen zijn op de vrijheid van meningsuiting die daarbij waarschijnlijk behulpzaam zijn. De media kunnen sommige gevallen van corruptie bespreken, maar ras en religie zijn slechts beperkt toegestaan als onderwerp voor openbare discussie.

De boodschap voor Denen, Fransen en Nederlanders is dat rechten hier dus niet alleen gelden voor personen, maar ook voor groepen, namelijk het recht om niet gekwetst te worden. Liberalen in de VVD houden niet zo van groepsrechten, maar kunnen misschien accepteren dat de overheid een dure plicht heeft om burgers vrij van angst te laten leven. In Nederland is er boosheid en angst tussen Moslims en niet-Moslims; in Maleisie wil de politiek in plaats van haat en angst een gemakkelijke dagelijkse omgang en daarom geen opruiende of kwetsende taal over ras en geloof.

In 1650 was Amsterdam cultureel centrum no. 1 in de wereld vanwege de diversiteit in de bevolking en een – voor die tijd – tolerante cultuur. In 2006 is in Amsterdam de choc des opinions te veel chocquerend geworden en daardoor contra-productief. Terug in Nederland voor de conferentie las ik een paar dagen het AD en de Telegraaf, maar ik vond weinig artikelen met inspiratie uit de glorie van de diversiteit. Verschillen in ethniciteit en religie zijn eerder een last dan een lust, zo lijkt het. Hier in Kuala Lumpur is de diversiteit wél een oprecht pluspunt en in de concurrentie met Singapore en Bangkok om bedrijven, toont de stad consequent en trots een multi-raciaal gezicht.

In Nederland was vorige jaar Prof. Richard Florida op bezoek om zijn internationale research toe te lichten die laat zien hoe bruisende steden met een gevarieerde, creatieve bevolking de beste kans maken op hoogwaardige, moderne werkgelegenheid. Nu Amsterdam helaas meer boos lijkt dan bruisend, is een bezoek aan Kuala Lumpur misschien een nuttig idee voor liberale politici die kunnen accepteren dat “vrijheid” voor beleidsmakers vooral ook betekent “vrij van angst” voor negatieve profilering naar ras of geloof.

Categories: Uncategorized